Kees van Nieuwamerongen is directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) en werkt samen met zijn team aan het nieuwe toelatingsstelsel voor uitleners. Zijn motivatie voor deze rol? Het groeiende aantal niet-Nederlandse daklozen in zijn eigen buurt. In zijn eerste blog vertelt Kees er meer over. 

Kees van Nieuwamerongen

Steeds meer daklozen 

De afgelopen jaren heb ik mijn wijk, de stationsbuurt in Den Haag, sterk zien veranderen. Het is geen chique buurt ‘op het zand’, zoals we dat hier noemen, maar een wijk ‘op het veen’. Een plek waar van oudsher de problemen van de stad samenkomen. Daklozen en bedelaars hoorden al langer bij het straatbeeld, in ons parkje werd al overnacht en ook mensen met een alcohol- of drugsverslaving waren geen uitzonderingen. 

Maar de situatie verergert, en snel ook. De wachtrijen bij het Leger des Heils groeien, er zijn vaker ruzies op straat en het drugsgebruik stijgt. Wat me nog het meest raakt, is de toenemende uitzichtloosheid die ik in de ogen van de mensen zie. En waar ik een paar jaar geleden nog een praatje kon aanknopen met een dakloze, lukt dat nu nauwelijks meer: ik spreek geen Pools, Bulgaars of Georgisch en Nederlandstalige daklozen zijn inmiddels een zeldzaamheid in mijn buurt.  

Toelatingsstelsel voor uitleners 

Deze dagelijkse ervaringen vormen voor mij een belangrijke drijfveer om uitvoering te geven aan de Wet toelating ter beschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), waarover de Eerste Kamer op 11 november 2025 stemt. Achter die weinig uitnodigende naam schuilt een wet met een belangrijk doel: malafide ondernemers van de markt weren door een toelatingsstelsel voor uitleners te introduceren.  

Het gaat om bedrijven die hun zaken niet op orde hebben of, erger nog, bewust misbruik maken van de kwetsbare positie van onder meer arbeidsmigranten. Dat misbruik uit zich op verschillende manieren: van te lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden tot gebrekkige huisvesting. Soms gaat het zelfs nog een stap verder: wanneer het werk stopt, raken mensen niet alleen hun baan kwijt, maar ook het dak boven hun hoofd. Met alle gevolgen van dien. 

De prijs van goedkope arbeid 

Deze uitleners vormen natuurlijk maar een kant van de medaille. Gelukkig zijn er ook voldoende bonafide partijen die wél goed zorgen voor hun werknemers en netjes werken volgens de regels. De uitdaging is om de malafide uitleners van de markt te weren, zonder de bonafide ondernemingen onnodig te belasten. Want een ding is duidelijk: betrouwbare bedrijven hebben veel last van concurrenten die van uitbuiting hun verdienmodel hebben gemaakt. Dat leidt tot een race naar de bodem als het gaat om arbeidsomstandigheden.  

Maar de oorzaak van het probleem ligt niet alleen bij die malafide uitleners. Ook inleners die steeds goedkoper willen produceren dragen verantwoordelijkheid. En uiteindelijk speelt ook de consument een rol, die steeds minder wil betalen voor een product en zich zelden afvraagt onder welke omstandigheden een product tot stand komt. Als samenleving lijken we verslaafd geraakt aan goedkope arbeid. Zo houden we een economische structuur in stand die niet past bij de waarden die we in Nederland belangrijk vinden, zoals eerlijke arbeidsomstandigheden.  

Oprichting van de NAU 

Er is veel nodig om dit probleem op te lossen, maar niet alles kan tegelijk. Daarom richten wij ons nu op de toelating van uitleners tot de markt, een belangrijke eerste stap richting structurele verandering. De NAU is de organisatie die dit toelatingsstelsel gaat opzetten. In die rol fungeren we als een soort marktmeester: zonder goedkeuring van de NAU mag een uitlener geen werknemers ter beschikking stellen en mag een inlener geen zaken doen met een uitlener. Alleen uitleners die voldoen aan de eisen van de Wtta, krijgen toegang tot de markt.  

De term ‘autoriteit’ wordt vaker gebruikt voor dit soort organisaties die als marktmeester of toezichthouder optreden. Denk aan de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandse Zorgautoriteit of de Kansspelautoriteit. Wat al deze organisaties gemeen hebben, is dat ze onafhankelijk kunnen optreden, voldoende bevoegdheden en praktische middelen hebben om partijen van de markt te weren, en inhoudelijke deskundigheid hebben om met gezag te spreken. Voor de NAU geldt dat we deze drie pijlers – onafhankelijkheid, bevoegdheden en kennis van zaken – de komende periode vorm gaan geven. 

Ben je benieuwd naar de taken van de NAU? Lees meer over onze organisatie