Kees van Nieuwamerongen is directeur van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). In deze blog vertelt hij waarom uitstel van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) geen optie is.
Kees van Nieuwamerongen
Doorbouwen aan de NAU
De afgelopen maanden is stevig doorgebouwd aan de NAU. We zijn druk bezig geweest met de leges voor de inspectie-instellingen en het vaststellen van de beleidsregels die gelden voor het aanwijzen van inspectie-instellingen. Ook de communicatiecampagne heeft vorm gekregen en er is hard gewerkt aan ons ICT-systeem en de informatiehuishouding. De banden met onze ketenpartners steeds nauwer de stappen om te komen tot goed onderbouwde toelatingsbesluiten worden steeds duidelijker. Net als de zaken die wij nog verder moeten uitzoeken.
Dat kost tijd. We moeten vanzelfsprekend rekening houden met bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht, privacywetgeving, archiefwetgeving en andere kaders. Onze juristen maken overuren.
De sector weet ons te vinden
Een contactcentrum hebben we nog niet, zelfs nog geen telefoonnummer, maar wel een website en e-mailadressen. Uitleners en inleners weten ons daardoor al goed te vinden met vragen over de Wtta, de tijdschema’s, of zij onder de wet vallen en wat zij wanneer moeten doen. Het is goed om te zien dat er al zoveel aandacht is en dat de sector ons weet te vinden. Dat zal alleen maar toenemen naarmate 1 januari 2027 dichterbij komt.
De Wtta treedt in werking per 1 januari 2027
En dat weten we inmiddels zeker: de Wtta treedt op 1 januari 2027 echt in werking. De afgelopen periode was daar best wat scepsis over. De wet was eerder al uitgesteld, dus het zou allemaal niet zo’n vaart lopen. Eind 2025 hebben wij aangegeven dat we ruim voor de geplande invoeringsdatum duidelijkheid wilden geven over het wel of niet doorgaan van de invoering.
In april vond daarom een belangrijk go/no-go moment plaats. Dat moest goed voorbereid worden. Verschillende risico’s zijn vooraf uitgebreid bekeken en waar mogelijk voorzien van beheersmaatregelen. Uiteindelijk bleef een overzichtelijk aantal aandachtspunten over. Is ons zaaksysteem op tijd gereed? Zijn de inspectie-instellingen tijdig klaar om de Wtta-inspecties uit te voeren? En hebben wij de gegevensuitwisseling met ketenpartners goed ingericht?
Bij ieder risico hebben we gekeken naar de vraag of extra tijd het risico daadwerkelijk zou verkleinen of juist zou vergroten. Alles afwegende kwamen wij tot een helder advies aan de minister: houd vast aan de geplande invoeringsdatum van 1 januari 2027.
Waarom verder uitstel onwenselijk is
Ik ben blij dat de minister dit advies heeft overgenomen. Niet omdat alle risico’s verdwenen zijn, die blijven er altijd, maar omdat tijdsdruk ook in je voordeel kan werken. Als de druk van de ketel gaat, bestaat het risico dat samenwerking en capaciteitsopbouw weer in de vertraging komen. Bovendien denk ik dat verder uitstel het vertrouwen in het stelsel zou ondermijnen.
De maatschappelijke noodzaak is groot. De misstanden in de sector nemen zeker niet af. Integendeel: laatst kopte het Financieel Dagblad nog dat de uitzendsector weer verder uitdijt. Vooral het aantal niet-gereguleerde bedrijven aan de onderkant van de markt groeit, volgens onderzoek van de SNCU. De NAU zal dit probleem niet op de eerste dag op kunnen lossen, daar is tijd voor nodig, stelt het FD-artikel ook terecht. Maar langer wachten met de invoering van de Wtta is vanuit dat perspectief dus ook onwenselijk.
Wat dit betekent voor de sector
De invoering heeft grote gevolgen voor de sector. Uitzendbureaus, detacheerders en intermediairs vallen onder de wet, maar ook mkb-bedrijven die hun medewerkers af en toe ter beschikking stellen aan anderen. Zij moeten zich eind dit jaar dus melden om toegelaten te worden, een ontheffing aan te vragen of gebruik te maken van het overgangsrecht.
Inspectie-instellingen kunnen zich vanaf 1 juli 2026 al melden als zij aangewezen willen worden voor het uitvoeren van Wtta-inspecties. In mei en juni 2027 kunnen uitleners een verzoek tot toelating indienen als zij beschikken over een inspectierapport van een inspectie-instelling. Hebben zij dat rapport nog niet, dan geldt een SNA-certificaat tijdelijk als een vervanging.
In sommige gevallen kunnen uitleners op basis van het overgangsrecht onder voorwaarden voorlopig blijven uitlenen, als zij er tenminste alles aan doen om zo snel mogelijk een inspectierapport te verkrijgen. Of een uitlener mag doorgaan met uitlenen, wordt zichtbaar in het register dat medio 2027 openbaar wordt.
Vanaf 1 januari 2028 mogen partijen niet meer uitlenen zonder toelating van de NAU. Vanaf dat moment is voor toelating altijd een rapport van een inspectie-instelling nodig, gebaseerd op het Wtta-normenkader.
Ook inleners moeten voorbereid zijn
Ook inleners, ondernemingen die personeel inhuren, moeten zich voorbereiden. Vanaf 1 januari 2028 mogen zij alleen nog inlenen van toegelaten uitleners, van inleners die tijdelijk onder het overgangsrecht vallen of uitleners met een ontheffing. Dat betekent dat partijen voor die tijd duidelijk in beeld moeten hebben van welke bedrijven zij personeel inlenen en of die bedrijven daadwerkelijk zijn toegelaten onder de Wtta. Alleen dan ben je veilig als inlener.
Op weg naar 2027
Het wordt een spannend proces richting 2027, maar ik ben ervan overtuigd dat we het juiste doen. Ook geloof ik in de druk die er nu op staat. Iedere dag dat het stelsel op de huidige manier kan blijven werken, is er wat mij betreft één te veel.